De mol, een prachtig zoogdier met een kort zwartfluwelen vacht. Hij leeft voornamelijk ondergronds, in een zelf gemaakt gangenstelsel. Dankzij een willekeurige plaatsing van de haren in de huid, kan hij even gemakkelijk voor als achteruit door het gangenstelsel bewegen.

Typerend voor de mol, zijn de tot grote graafhanden omgevormde voorpoten, met elk vier vingers met puntige nagels en een duimpje, waarmee het dier de ondergrondse gangen graaft. “zo blind als een mol” is niet geheel juist, de mol heeft kleine, slecht ontwikkelde ogen met een diameter van slechts één millimeter met zeer matig zicht. Zijn belangrijkste zintuig is zijn spitse roze snuit, die gevoelige snorharen en tastzenuwen bevat. De mol beschikt over een klein staartje van ca 2cm, hiermee controleert hij de hoogte van zijn gangen. Het staartje wijst altijd omhoog.
De mannetjes mol (ram) is gemiddeld groter dan het wijfje, ze variëren van een lengte van 11 tot zelfs 16cm
Indicator gezond bodemleven
De mol is een goede indicator voor een gezond en rijk bodemleven. Als er veel molshopen in uw tuin of weiland zitten, bent u er zeker van de het bodemleven op pijl is. De bodem zal rijk zijn aan regenwormen, engerlingen en andere insectenlarven, de mol is hier dol op. Maar ook duizendpoten, naaktslakken en andere weekdieren is de mol niet vies van.
Molshopen
De molshopen ontstaan door het vele graafwerk van de mol in haar gangenstelsel, de mol gebruikt de vrijgekomen grond deels in de gangen, om verstevigingen aan te brengen. De rest van de vrijgekomen grond werkt hij achterwaarts naar boven waardoor de molshopen ontstaan.
Voor zo ver bekend heeft de mol nog geen PFAS beperking opgelegd gekregen door de overheid, voor het verplaatsen van de grond.
Paringstijd
De mol leeft een solitair bestaan, pas in de paringstijd vormen ze paartjes. De paartijd is van februari tot april. Het vrouwtje graaft diep in de grond een centrale ruimte, waarin het nest gevormd wordt, met rondom diverse gangen tot soms wel 200 meter lang om in te jagen naar voedsel. Het mannetje verlaat zijn territorium en gaat gretig op zoek naar een vrouwtje. Hierbij maakt hij lange rechte gangen in de hoop dat hij een vrouwtje op het spoor (geur) komt.
In mei / juni worden er jongen geboren, dit kunnen 2 tot zelfs 7 jongen zijn, compleet naakt en blind. Na 2 weken wordt de vacht ontwikkeld. Moeder mol zorgt zelfstandig voor de jongen. Na ca. 2 maanden verlaten de jongen het nest, op zoek naar een eigen territorium. Waarna in het voorjaar hetzelfde ritueel opnieuw plaats vindt.
Natuurlijke vijanden
Ondergronds is voor de mol de grootste vijand, zijn eigen soortgenoten. Af een toe probeert een wezel of hermelijn zich door het gangenstelsel te wurmen op zoek naar zijn prooi.
Bovengronds zijn het voornamelijk de gevleugelde vrienden als de uil, buizerd, reiger en ooievaar. Soms probeert de vos de jacht ook in te zetten op de mol.
Overige vijanden
De mens
Vroeger was de jacht voornamelijk te doen om de vacht van de mol. Het fluweelzachte vachtje, dat geen vleug kent (haren niet in een bepaalde richting), werd verwerkt tot bontjassen en hoeden. De mol werd toentertijd ontdaan van zijn huid, die vervolgens op een plank gespannen werd, waarna men het ging drogen en verkocht aan looierijhandelaren.
Tegenwoordig is het te doen om schadebestrijding in gazon en weiland.
In de flora en faunawet, is de mol in Nederland sinds 2005 geen beschermd dier
